“Overheid, geef start-ups geen geld, maar werk”

Bruno Lowagie: "Voor elk succes­verhaal zijn er negen die mislukken. Die nuance horen we hier te weinig." ©bob van mol

Volgens Bruno Lowagie worden jonge ondernemers op de foute manier gesteund

Bijna twintig jaar geleden schreef Bruno Lowagie (47) de code die vandaag de basis is voor een succesvol softwarebedrijf, iText. Maar met een code alleen bouw je geen bedrijf. Dat heeft Lowagie aan den lijve moeten ondervinden.

Van het afschrift van uw bank tot de boardingpass om met het vliegtuig op uw vakantiebestemming te raken: de kans is groot dat er achter de pdf die u te zien krijgt een stukje Gentse technologie zit. De software van iText helpt organisaties hun administratie of archief digitaal beter te organiseren. Dat het bedrijf u niet meteen bekend in de oren klinkt, is normaal. Tenzij u een programmeur bent en wel eens met een pdf-standaard werkt, dan is de software van iText een essentieel stukje code in de toepassing die u bouwt.

Bruno Lowagie legt het principe al een aantal jaar op dezelfde manier uit; zo kunnen niet-techneuten zich er iets bij voorstellen. “We kennen allemaal de grote automerken, maar weet jij welke bedrijven allemaal onder zo’n motorkap aanwezig zijn?” Noem iText dus gerust een toeleverancier van een essentieel stukje code in de techwereld. Het bedrijf heeft Gentse roots, maar kende zijn eerste succes over de grote plas, in Silicon Valley. Vandaag richten Lowagie & co. zich op Azië, een groeimarkt die we maar beter niet onderschatten.

'Elk verhaal zou moeten starten met een disclaimer: 'dit verhaal zal je een vertekend beeld op de wer­ke­lijk­heid geven, het is het verhaal van de overlever'. Aan elk verhaal zijn meerdere mis­luk­kin­gen voor­af­ge­gaan'

Hij reist zelf regelmatig af naar landen zoals India, Singapore of Zuid-Korea. Daar geeft hij wel eens presentaties voor hongerige studenten met titels als ‘Why you can be the Indian Zuckerberg!’. Lowagie inspireert graag en gaat helemaal op in zijn verhaal wanneer hij het verschil uitlegt tussen control decisions en wealth decisions. Of hoe je als ondernemer telkens het evenwicht moet vinden tussen controle houden over de groei van je bedrijf en risico durven nemen om jezelf en je bedrijf alert te houden. Een balans op een dansende koord waar Lowagie zich vandaag heel bewust van is. 

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Dat bewustzijn probeert hij regelmatig door te geven aan jonge start-upondernemers. Die kijken volgens hem iets te veel op naar de voorbeelden uit Silicon Valley, maar de bron van de meest succesvolle start-ups heeft ook zijn keerzijde. “Elk verhaal zou moeten starten met een disclaimer: 'dit verhaal zal je een vertekend beeld op de werkelijkheid geven, het is het verhaal van de overlever'. Aan elk verhaal zijn meerdere mislukkingen voorafgegaan.”

Niet dat we in België, of bij uitbreiding in Europa, geen talent of geen internet hebben. Talent heb je nodig om straffe producten te bouwen, het internet zorgt ervoor dat je in geen tijd kunt uitgroeien over heel de wereld.

Waarom kijken we dan allemaal naar Silicon Valley? Lowagie wacht het antwoord niet af: “Er was daar op een bepaald moment zodanig veel geld ter beschikking dat investeerders op verschillende paarden tegelijkertijd begonnen te wedden.” Als investeerders in tien verschillende projecten geld stoppen, moet er eigenlijk maar één slagen om het falen van de andere negen te recupereren. Of nog anders: voor elk succesverhaal zijn er negen die in het stof bijten. “Een nuance die we hier te weinig horen”, meent Lowagie.

Jong geleerd

'De iText-soft­wa­re is open source: alleen wie de software gebruikt in een commerciële toepassing, moet daarvoor betalen'

Zijn passie voor programmeren en databases met zoekfuncties bouwen, leverde Lowagie als tiener al snel bescheiden faam in Ieper en een extra cent op. Vader Lowagie had veel contacten in de culturele sector. “Ik heb toen aan al die verenigingen hun ledenlijsten gevraagd en tikte al die namen en adressen over in mijn databases. Nadien gaf ik ze terug, maar met de adressen afgedrukt op labels. Op die manier moest je de adressen niet telkens overschrijven. Het was toen 1984, hè.”

De ene na de andere vereniging kwam bij de veertienjarige Lowagie terug met de vraag of hij niet nog eens zulke labels wilde printen. Waarop hij antwoordde: “Kan ik die labels niet aan jullie verkopen? (glimlacht) Indien ik toen 24 in plaats van 14 was geweest, dan stond ik nu bekend als de ‘Label King of Flanders’.” (proest)

Maar op zijn zestiende had de jonge Lowagie het helemaal gehad met computers. “Ik voelde me de enige met een computer in Ieper. Ik zat tegen mijn grens aan en kon van niemand nog iets bijleren.”

©bob van mol

De vrijgekomen tijd spendeerde hij als puber helemaal aan schilderkunst. “Ik ontdekte in die tijd dat er ook zoiets bestond als meisjes. Niet dat ik succes had bij de vrouwen, maar in de academie was ik een van de enige jongens tussen allemaal meisjes. Bovendien kon ik mijn creatief ei kwijt in dat schilderen.” Hij overwoog zelfs heel even om schilderkunst te studeren, maar dat was buiten zijn ouders gerekend. Ze wisten hem te overtuigen een diploma burgerlijk ingenieur te behalen.

Niet gratis

Je zult Lowagie ook nooit horen zeggen dat hij van nature een ondernemer is. De pdf-software die we vandaag als iText kennen, ontwikkelde hij oorspronkelijk als een hobbyproject. De levensleuze van Lowagie luidde tot een tiental jaar geleden: no money, no worries.

Geen wonder dat Lowagie iText in open source ontwikkelde. In mensentaal: de broncode van de software kan iedereen gratis op het internet vinden. “Alleen wie de software gebruikt in een commerciële toepassing, moet daarvoor betalen”, zegt Lowagie. Vandaag zijn bedrijven bereid voor die licentie te betalen, maar dat is niet altijd het geval geweest. Zeker niet in de begindagen van iText.

'Door de financiële crisis was 2008 een rotjaar voor heel de wereld, maar veel dieper dan wij kon je niet vallen. Onze zoon lag in het ziekenhuis, we zaten financieel aan de grond, en hadden net een bedrijf opgericht, nog zonder betalende klanten'

Om de serverkosten van zijn iText-website te dekken, experimenteerde Lowagie al vroeg met online advertising. Daarnaast groeide hij uit tot een referentie in de pdf-wereld. Hij publiceerde bij Manning Publications, een uitgeverij die focust op webdevelopment, een handboek over iText. In een jaar tijd verkocht hij 5.000 exemplaren, een bestseller in zijn genre. De iText-hobby genereerde steeds meer inkomsten. “Braaf als ik ben, heb ik toen naar de fiscus gebeld om te vragen hoe ik dat allemaal moest aangeven. Ik was vastbenoemd als ambtenaar bij de Universiteit Gent. Ik wist niet veel af van belastingaangiftes, en ik wilde alles correct doen.”

Die verantwoordelijkheidszin brak Lowagie uiteindelijk zuur op. In 2006 stond plots het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen aan de deur met een duidelijke boodschap: “Mijnheer Lowagie, u bent zelfstandige.” Daarop volgde een brief met de mededeling dat hij sociale bijdragen moest betalen voor alle inkomsten sinds de eerste advertentie in 2003. “Samen met de verwijlintresten ging dat om meer dan ik ooit met die advertenties had verdiend.” De schrik sloeg hem om het hart.

Rotjaar

Principieel had Lowagie het moeilijk met de eisen van de fiscus. Hij was helemaal geen zelfstandige, hij maakte gewoon software waar bedrijven toepassingen mee bouwen en veel geld mee verdienden, maar hij werd daar zelf niet voor betaald. “Ik wist bijvoorbeeld dat de loonstaten die het ministerie van Onderwijs opstuurde, gemaakt waren met iText. Toen ik contact opnam met het toenmalig kabinet kreeg ik te horen dat ze enkel met vaste partners werkten. Ze wilden niet eens met me praten.” Hij overwoog op dat moment even om de licentie van iText aan te passen en er uitdrukkelijk in op te nemen dat de overheid er geen gratis gebruik meer van mocht maken.

In diezelfde periode contacteerde ook softwarereus IBM Lowagie. Zij wilden zijn open-sourcesoftware op grotere schaal gebruiken in hun software, maar moesten daarvoor eerst iText aan een volledige review onderwerpen. “Ze konden niets op hun servers zetten waarvan ze de oorsprong niet kenden.” Wekelijks kreeg Lowagie lange vragenlijsten van het legal team en moest hij met de fijne kam door de code gaan.

In geen tijd stond zijn levensleuze ‘no money, no worries’ onder druk. Geen geld betekent eigenlijk alleen maar zorgen. En dan moest de zwaarste klap nog komen. “Net op het moment dat ik de rekening gepresenteerd kreeg voor de sociale bijdragen, werd kanker vastgesteld bij mijn oudste zoon, die toen net geen 12 jaar was. Door de financiële crisis was 2008 een rotjaar voor heel de wereld, maar veel dieper dan wij kon je niet vallen. Onze zoon lag in het ziekenhuis, we zaten financieel aan de grond, en hadden net een bedrijf opgericht, nog zonder betalende klanten.” (blijft even stil)

'Ik besefte op een gegeven moment dat het al­les-gra­tis­ver­haal niet werkte. Een product mag nog zo goed zijn, zonder goed bu­si­ness­mo­del is de kans op overleven nihil'

Lowagie vertelt hoe hij op een bepaald moment naar zijn vrouw en medeoprichter Ingeborg Willaert belde om te zeggen dat hij erdoor zat. “Ik moest haar aflossen aan het ziekbed van onze zoon, maar dat ging niet meer.” Hij had zoveel problemen aan zijn hoofd terwijl er eigenlijk maar een ding telde: de gezondheid van zijn zoon. Doordat Lowagie zich niet meer ten volle kon concentreren op iText, ontstonden er bovendien verschillende copycats. Bijna gaf hij alle hoop op en hadden we vandaag niets meer van iText gehoord.

Advies op maat

Toch besloot het koppel door te bijten toen er zich een levenslijn uit de Verenigde Staten aandiende. Andrew Binstock, een Amerikaanse journalist en vriend sinds Lowagie hem ooit in Gent rondleidde, stelde voor om iText in Silicon Valley te lanceren. “Hij heeft een groot aandeel gehad in onze beslissing om toch door te zetten”, zegt Lowagie. “Ik besefte dat het alles-gratisverhaal niet werkte. Een product mag nog zo goed zijn, zonder goed businessmodel is de kans op overleven nihil."

Daarnaast benadrukt hij de rol die Binstock heeft gespeeld voor iText. “Ik heb Andrew heel veel verantwoordelijkheid en vrijheid gegeven toen hij iText in de Verenigde Staten oprichtte, maar hij heeft daar nooit misbruik van gemaakt.” Hij had de technologie achter de rug van Lowagie voor zichzelf kunnen verkopen, maar dat deed hij niet. Het is een stukje Silicon Valley dat Lowagie graag zelf wat meer zou willen terugzien in de Belgische ondernemerswereld.

Het idee van paying it forward is doorgedrongen in het walhalla voor start-ups. “Het is een ongeschreven regel dat je beginnende ondernemers helpt”, weet Lowagie. “Ergens hoop je dat die mensen later – als ze slagen – ook starters onder hun vleugels nemen.” Het moet niet gezegd dat ook Lowagie zich graag engageert in het wereldje. Starters van Singapore over Palo Alto tot Brussel, ze mogen hem allemaal consulteren. “Maar niet allemaal tegelijk”, zegt Lowagie, die geen zin heeft om zijn broek te verslijten in verschillende raden van bestuur. “Ik help daar waar ik een meerwaarde kan bieden. Kan ik dat niet, dan verwijs ik door.”

Ademruimte

'Het is een on­ge­schre­ven regel dat je beginnende ondernemers helpt. Ergens hoop je dat die mensen later – als ze slagen – ook starters onder hun vleugels nemen'

Op die manier wil Lowagie de bemoeienissen van de overheid inperken. “Overheden willen start-ups, start-ups, start-ups. Ik begrijp dat wel, want die zorgen voor innovatie. Maar ik ben tegen de manier waarop we die jonge ondernemers vandaag steunen.” Hij ziet niet graag dat de overheid gratis geld – of subsidies – in starters pompt.

“We moeten het starters niet makkelijker maken, we moeten het vooral eenvoudiger maken.” In plaats van bedrijven te subsidiëren met overheidsgeld zouden we structureel de drempel moeten verlagen om starten te vereenvoudigen. Hij verwijst naar New York als een goed voorbeeld: daar betalen start-ups in de eerste twee jaar van hun bestaan geen belastingen. “Veel geld zal de overheid daar toch niet mee mislopen, want die draaien haast geen omzet. Maar je geeft starters zo wel de nodige ademruimte om te kunnen groeien.” 

'We moeten het starters niet makkelijker maken, we moeten het vooral eenvoudiger maken'

In de tijd die verloren gaat met het vervullen van alle administratieve vereisten en het uitschrijven van een subsidiedossier, heeft een concurrent uit het buitenland misschien al een markt veroverd. Wil je weten of er een markt is voor je product? Richt dan meteen een bedrijf op en ga de markt verkennen. Als je na twee jaar nog bestaat, is de kans groot dat je idee levensvatbaar is. “Dat is het ideale moment voor de overheid om te komen vertellen hoe je jaarrekeningen opmaakt en welke sociale bijdragen je moet betalen.” 

Het technologische en commerciële verhaal moet volgens Lowagie nog veel meer uit de sector zelf komen. “Van de overheid leer je hoe de overheid werkt. Wil je weten hoe business werkt? Dat leer je van ondernemers, partners en – belangrijkst van al – je klanten. Wil de overheid echt starters helpen? Dat kan: niet door geldschietertje te spelen, maar door klant te worden van start-ups.”

Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen.