Gescheiden ouders zoeken alternatieven: "Papa woont nu op zolder"

©Nanna De Jong

Ex-partners experimenteren met kindvriendelijker alternatieven voor klassieke week-om-weekregeling

Birdnesting maakt opgang in de wereld van gescheiden ouders met kinderen. Het klassieke co-ouderschap ligt onder vuur en dus zoeken exen naar kindvriendelijker samenlevingsvormen, zoals huisdelen. "Bizar? Je kind maar halftijds opvoeden: dat voelt pas vreemd."

"Papa woont boven, mama beneden. Elk in hun appartement. Maar maandag en donderdag eten we allemaal samen in de keuken. Gezellig.” Voor de drie kinderen van Martine van Middelkoop (40) is het de logica zelve. Na hun scheiding, nu drie jaar geleden, bleven Martine en haar ex onder hetzelfde dak wonen.

'Ik pendel om de paar dagen met mijn rugzak tussen mijn eigen huis en dat van mijn vriend. Best vermoeiend voor lijf en geest, zo’n nomaden­bestaan. Dat wil ik mijn zoon en dochters besparen'

Ze kochten een groter huis, zo ingedeeld dat ze elk hun eigen verdieping hebben, met de keuken en de slaapkamers van de kinderen als gemeenschappelijk toegankelijke ruimtes. De oudste is vijftien, de jongste tien. Op die leeftijd hebben ze een stabiele basis nodig, vindt Van Middelkoop – de school en de vriendjes in de buurt.

“Ik pendel om de paar dagen met mijn rugzak tussen mijn eigen huis en dat van mijn vriend. Best vermoeiend voor lijf en geest, zo’n nomaden­bestaan. Dat wil ik mijn zoon en dochters besparen.”

Er speelt best ook wat eigenbelang, geeft ze toe. “Ik wilde mijn kinderen nog elke avond kunnen onderstoppen. Mijn ex dacht er net hetzelfde over. Als koppel werkte het niet meer. Maar na vijftien jaar ben je wel aan elkaar en je leven samen gehecht. Ons gezin wilden we geen van beiden kwijt.”

Scheidingsbemiddelaars merken een stijgende populariteit van ‘alternatieve’, minder bekende vormen van co-ouderschap, stond deze week in deze krant. In de vorm van cohousing met de ex-partner, of het delen van een ‘vogelnestverblijf’. In het laatste geval zijn het niet de kinderen die tussen twee woningen pendelen, maar de ouders.

Gendergelijkheid

‘Je eet soms samen maar je hebt wel aparte schapjes in de koelkast met je eigen voedsel’

Martine van Middelkoop blijft met haar ex onder hetzelfde dak wonen

Jan Willem Smeyers (36) wisselde drie jaar lang om de week van woning. De ene week verbleef hij bij zijn kinderen in een huis op het platteland, de andere week woonde hij alleen in een flat in de stad. Zijn ex deed hetzelfde. In de eerste plaats voor de jongens, twee en vijf op het moment van de split. “Om hun leven niet te fel overhoop te gooien. In plaats van elke week van huis en wereld te wisselen, konden zij op hun vertrouwde, vaste stek blijven.” 

Volgens bemiddelaar Maaike Goyens, co­auteur van het boek Living Together Apart, wil
10 tot 20 procent van de gescheiden koppels in haar praktijk de zogenaamde birdnesting-regeling uitproberen. 

Algemene cijfers over co-ouderschap in ons land zijn er niet – toch niet recenter dan 2009. Toen stelde een groot ‘Scheiding in Vlaanderen’-onderzoek dat 36,1 procent van de 0- tot 12-jarigen nagenoeg gelijkmatig bij vader en moeder verbleef. Vandaag zijn dat er wellicht meer. Ook al omdat de wet, sinds een herziening in 2006, die week-om-weekregeling promoot. Raken de ouders er zelf niet uit, dan dienen rechters de gelijk verdeelde verblijfsformule ‘bij voorrang’ te onderzoeken.

Gendergelijkheid was de voornaamste motivatie achter de wetsherziening, omdat de regeling die het vaakst werd toegepast – in de week bij moeder, in het weekend bij vader – alsmaar minder aansloot bij de moderne, maatschappelijke realiteit. Het besef groeide dat vaders en moeders een even grote rol in de opvoeding te spelen hebben. Steeds meer vaders nemen geen genoegen meer met de rol van weekend- en vakantiepapa. Steeds meer moeders werken ook, en fulltime alleenstaand ouderschap in de week is iets lastiger te combineren met een job.

Maar al een paar jaar roept ook de 50/50-verblijfsformule vragen en tegenstand op. Pedagogen en psychiaters merken op dat de week-om-weekregeling dan wel fair is voor de ouders, maar lang niet altijd voor de kinderen.

‘Als de een de gevel wil her­schil­de­ren en de ander niet, heb je een probleem’

Jan Willem Smeyers' kinderen bleven op dezelfde plek wonen, hij en zijn ex wisselden van woning

Pendelende kinderen onder de zes jaar zouden vaker last hebben van verlatingsangst, depressieve gevoelens, problemen om te slapen, eczeem en agressiviteit. Tieners zouden dan weer lijden onder de moeilijkheden om een sociaal netwerk en hobby’s gaande te houden tussen het verhuizen door. Zeker als de ouders ver uit elkaar wonen. “Je ziet soms dat vader in Gent woont, moeder in Antwerpen en het kind om praktische redenen halverwege in Sint-Niklaas naar school wordt gestuurd”, zegt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. “Dat is verre van ideaal.”

Een vrij recente studie van de VUB stelt dan weer dat kinderen die voortdurend tussen moeder en vader reizen minder geneigd zijn om zelf te trouwen.

Hoewel familierechtbanken benadrukken dat ze co-ouderschapsregelingen flexibel toepassen, pleiten verschillende juridische experts voor een herziening van de in 2006 herziene wet, tot een die de 50/50-formule niet boven andere vormen stelt of tot ideaal verheft.

Is de groeiende interesse voor alternatieve verblijfsregelingen een gevolg van die negatieve berichten? Goyens meent van wel. Co-ouderschap in de vorm van week om week blijft dan wel – samen met de week/weekeinde-formule – de courantste regeling, de scheidingsbemiddelaar merkt toch een groeiend bewustzijn bij ouders dat het niet zo zwart-wit hoeft. Dat kwantitatieve gelijkheid niets zegt over de kwaliteit. We leven in een tijd leven waarin we steeds toleranter staan tegenover verschillende relatievormen. Waarom zouden scheidingsvormen dan wel nog in vaste hokjes moeten?

Het lief van je ex

Dat lag dertien jaar geleden wel anders. Hilde Sabbe (60) en haar ex waren pioniers toen ze na hun breuk besloten samen in hun huis te blijven wonen. Voor hun zoon, en voor henzelf. Want ook het financiële plaatje speelde mee. De huur­prijzen in Brussel liggen hoog. Geen van de twee wilde verhuizen naar een krappe studio.

Sabbe: “Ik heb dit huis van mijn vader gekregen. Dat geef je niet zomaar op.” Ze gingen van een gedeelde slaapkamer naar twee aparte. Verder ging het leven gewoon door.

‘Mijn zoon zei dat het voelde alsof er niets was veranderd. Dat was het signaal dat het de juiste keuze was’

Hilde Sabbe woont samen met haar ex en haar nieuw lief

Als journaliste interviewde Sabbe ooit kinderen van gescheiden ouders. Die verhalen waren blijven hangen. Dat de kinderen voor de scheiding altijd hulp vroegen aan papa voor een aardrijkskundetoets. En dat dat in de week bij mama plots niet meer ging. Dat wilde ze vermijden. De buitenwereld vond het vaak ‘raar’. “Maar mijn zoon zei regelmatig dat het voelde alsof er niets was veranderd door onze breuk. Dat was het signaal dat het de juiste keuze was.”

Maar ook nu reageren de meeste mensen nog verrast, soms zelfs geschokt, als je vertelt dat je samenhokt met je ex, zegt Martine van Middelkoop. “Weinigen die het níét bizar vinden. Maar je kinderen week om week zien, ze halftijds opvoeden, voelt voor mij veel vreemder.”

Conclusie: weg met het ‘klassieke’ co-ouderschap? Net als je denkt dat we 50/50-regelingen voorgoed en massaal kunnen en moeten inwisselen voor soepelere vormen, waarschuwt de ervaringsdeskundige ook voor angels, nadelen en valkuilen. Dat cohousing ook best verwarrend kan zijn, bijvoorbeeld. Zo moet je voorbereid zijn op moeilijke vragen van de kinderen: ‘Waarom zijn jullie dan gescheiden?’ Van Middelkoop: “Maar ook voor jezelf zijn de grenzen soms flou. Thuis voel je nog steeds dat gezinsleven, maar je gaat wel apart op vakantie. Je eet soms samen, maar je hebt wel aparte schapjes met zelf gekocht voedsel in de koelkast waar de ander niet aan mag komen.”

Het risico om met één been in je afgesprongen relatie te blijven hangen, bestaat. En als er nieuwe partners in het spel komen, wordt het helemaal opnieuw zoeken. “Voor de familie van mijn ex heeft zijn nieuwe vriendin mijn plek ingenomen”, vertelt Van Middelkoop. “Dus houden ze verjaardagsfeestjes zonder mij. Maar wel in mijn huis. Soms voel je je wel een vreemde in je eigen woning. Zoals toen mijn ex met zijn vriendin en de kinderen in de keuken zat te eten, en ik even binnenliep voor een kop thee. Dat kon zij helemaal niet appreciëren.”

Sindsdien zijn er iets meer regels ten huize Van Middelkoop. Zoals: blijf weg uit de gemeenschappelijke ruimtes als de ander volk heeft uitgenodigd.

Ook Sabbe herinnert zich ongemakkelijke etentjes met haar zoon, haar ex en haar nieuw lief. Die laatste had het in het begin moeilijk met het nog innige verbond van de ex-geliefden. Vandaag woont hij gewoon mee in het huis. Een opmerkelijk triumviraat, dat volgens Sabbe enkel werkt omdat ze er verschillende dagindelingen op nahouden en goed overeenkomen. Voor wie er nog aan zou twijfelen: vechtscheidingen en cohousing gaan door de band niet echt samen. Sabbe: “We hadden geen ruzie. We leefden gewoon als broer en zus. Nog steeds.”

Mijd parfum

Ook onontbeerlijk in cohousingsituaties, afgezien van dikke, geluidsdichte muren: respect voor elkaars privacy, goede communicatie en duidelijke afspraken. Die drie gouden regels gaan ook op als je je huis om de week afstaat aan je ex.  

Jan Willem Smeyers kent een gescheiden koppel dat als overgangsmaatregel een vogelnest­verblijf moest organiseren van de rechter. “Een puinhoop, want ze kunnen elkaars bloed drinken. Dan is zo’n gedeelde woning al snel een uitgelezen manier om elkaar te pesten en ‘terug te pakken’.”

Hijzelf en zijn ex spraken af om nooit parfum te spuiten tijdens het uur voor de wissel (“het huis geurt al genoeg naar de ander”), geen spullen van nieuwe partners te laten rondslingeren, de ander netjes te vergoeden als er iets gebroken werd en alles proper achter te laten. Anders dreig je snel in dezelfde banale conflicten te vervallen die je ook al tijdens je huwelijk had. Zoals: ‘Ik ben altijd de enige die opruimt.’ Het is een van de redenen waarom Smeyers en zijn ex intussen toch apart wonen. 

‘Pendelen tussen mama en papa is voor de meeste kinderen niet zo pro­ble­ma­tisch. Ze worden het snel gewoon’

Dimitri Mortelmans, Universiteit Antwerpen

Daar komt nog bij dat elke investering in de gedeelde woning netjes afgewogen moet worden. “Als de één de gevel wil herschilderen en de ander niet, heb je een probleem.” Ook de financiële kant nekt veel aspirant-birdnesters. Smeyers kocht alles dubbel, zodat hij niet elke week zijn hebben en houden moest meesleuren. En hij nam genoegen met een kleine flat van 200 euro per maand. Je gedeelde huis verder afbetalen én een nieuwe woning huren is niet voor iedereen weggelegd. 

Het is meteen de hoofdreden waarom socioloog Dimitri Mortelmans (UAntwerpen) niet denkt dat het vogelnestverblijf even populair wordt als de klassiekere co-ouderschapsformules. Of die regelingen zal verdringen. “Het blijft toch iets voor de happy few die het kunnen betalen. Het valt op dat vooral scheidingsbemiddelaars de trend opmerken. Dat zij een stijging zien, wil nog niet zeggen dat die significant is voor de gehele gescheiden populatie. Er zijn veel koppels die geen beroep doen op een bemiddelaar, net omdat de week-om-weekformule goed werkt voor hen.”

Ook bij cohousing heeft hij vragen. “Het past in de positieve tendens dat we meer afstappen van hokjesdenken. Anderzijds: sommige zogenaamde ‘two bedroom couples’ blijven ook gewoon samenwonen om hun grote villa en bijbehorende status te behouden. Dat is niet in het belang van de kinderen.”

Mortelmans heeft geen bezwaar tegen de week-om-weekregeling. “Verhuizen tussen mama en papa is voor de meeste kinderen niet zo problematisch. Ze worden het snel gewoon. Zeker nu veel andere kinderen op school of in hun nabije omgeving in dezelfde situatie ver­keren.”

Hij verwijst naar een recente Amerikaanse overzichtsstudie die zestig onderzoeken over co-ouderschap naast elkaar legde en analyseerde. “Op het vlak van het welzijn van de kinderen, de impact op hun academische carrière en hun relaties scoorde de week-om-weekregeling over het algemeen goed.”

Welke verblijfsregeling moeten gescheiden koppels met kinderen dan kiezen? Wie moeten ze geloven? Het blijft een prangend thema, waarover weinig consensus bestaat. Het ene onderzoek is kritisch voor week-om-weekformules, het andere voor cohousing. Mortelmans noemt dat verschil in visies logisch, ook omdat het onderzoek naar co-ouderschap relatief jong is. Elke deskundige kijkt er ook door zijn eigen bril naar. “Een psychiater ziet vooral probleemgevallen, een socioloog minder.”

Waar deskundigen het wel over eens lijken: een regeling op maat werkt het best, zeker als ze meegroeit met de veranderende noden van het kind en het gezin. Er is niet één zaligmakende formule. Voor een koppel dat in shiften werkt, kan om de dag wisselen zelfs prima werken. Voor een kind dat veel rust nodig heeft, dan weer niet.

Goede afspraken zijn belangrijk, alleen al omdat het aantal vechtscheidingen volgens sociologen niet daalt. Uit recent onderzoek van de KU Leuven blijkt dat een kwart van de gescheiden ouders van minderjarige kinderen nooit met de ex-partner overlegt.

Afgesloten wereld

De communicatie tussen Elke, moeder van twee, en haar ex-man is tot het minimum beperkt. “We bellen elke week wel kort bij de overdracht.” Verjaardags- en andere feesten worden apart gevierd, afhankelijk van wiens week het is. Dat haar ex eenzijdig besloot om ettelijke kilometers verder te gaan wonen, maakt de zaken er niet makkelijker op. De ene week vertoeven haar kinderen in een wereld waar ze geen toegang tot heeft, de andere week is het zalig met hen, maar evengoed soms heftig omdat ze er alleen voor staat. Na negen jaar valt de week-om-weekregeling haar nog steeds vaak zwaar.

Al beperkt dat gebrekkige communiceren zich niet tot klassiekere vormen van co-ouderschap. Goyens: “Het is een illusie dat je automatisch beter of meer communiceert omdat je een huis deelt.” Belangrijker dan de regeling waarbij je uitkomt, is de communicatie tussen de gescheiden ouders. “Kijk hoe je het deed toen je nog samen was. Ging vader altijd mee naar het BMX-parcours? Trek dat door. Flexibiliteit kan in alle regelingen. Zelfs al valt het in de ‘mama-week’. Bel met elkaar over rapporten. WhatsApp. Durf regelingen samen en in samenspraak met de kinderen te herzien.” 

Ze heeft het zelf, na haar scheiding in 2006, al doende moeten leren. “Het was een moeizame breuk. Ik liep eerst boos, verwijtend en gekwetst rond. Maar daar mag je een kind niet mee belasten.”

Opvallend: de auteur van het boek Living Together Apart koos na haar scheiding niet om afzonderlijk samen te leven met haar ex. “Omdat het toen, in 2006, minder bekend was. Vandaag zou ik de optie zeker overwegen.”

Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen.