“Veel jongeren die naar Europa willen, hebben aanvaard dat ze onderweg verkracht en gefolterd worden”

Kindersmokkelaars: de lange lijdensweg van jonge vluchtelingen

Een telefoongesprek tussen een smokkelaar in België en de smokkelorganisator in Engeland, afgeluisterd door de politie. Smokkelaar: “Wat doen we met de drie kinderen?” Organisator: “De kinderen van de Afghanen? Ik heb met hen afgesproken dat ze met de container zouden komen, niet met de vrachtwagen.” Smokkelaar: “Ze zijn te klein.” Organisator: “Stuur ze toch maar op, zelfs al zijn ze dood als ze hier aankomen.” Smokkelaar: “Oké.”
©Photo News

Al enkele maanden vindt de politie steeds meer alleenreizende kinderen en jongeren tussen de transmigranten die in België aankomen. “En die minderjarigen worden ook alsmaar jonger”, zegt magistraat Ann Lukowiak, die bij het federale parket de onderzoeken leidt naar smokkelbendes. “We zien kinderen van 11, 12 jaar uit Eritrea en Soedan die maanden onderweg zijn zonder begeleiding van een volwassene, en die in het Maximiliaanpark in Brussel arriveren met maar één doel: Engeland bereiken.

‘Smok­ke­laars zien die mensen als wandelende dol­lar­bil­jet­ten. Het kan hen niet schelen of het om volwassenen of baby’s gaat, en of ze dood of levend aankomen: als zij maar betaald worden’

“Al sinds juli stijgt het aantal niet-begeleide minderjarigen bij slachtoffers van mensensmokkel fors. We weten niet goed hoe dat komt, maar het verschil met 2016 en 2017 is groot. Ze komen dikwijls eerst naar het Maximiliaanpark, maar van daaruit waaieren ze uit over het hele land, zelfs tot in de provincie Luxemburg. Dat is nieuw. Vijf jaar geleden liep de smokkelroute door België vooral langs de parkings naast de E40, maar tegenwoordig opereren smokkelbendes over het hele land. Maar één provincie blijft ervan gespaard, en dat is Limburg.

“De meeste transmigranten die we in Luxemburg aantreffen, komen van het Maximiliaanpark met de trein. Ze stappen uit in een klein stationnetje, om van daaruit naar één of andere parking te gaan. Daar laat de smokkelbende hen in een vrachtwagen of koelwagen stappen die naar Groot-Brittannië gaat. Of naar Scandinavië, dat is inmiddels ook een populaire bestemming.

“Binnenkort brengen we een groot smokkeldossier voor de rechtbank met vijfhonderd slachtoffers, van wie er meer dan honderd niet-begeleide minderjarigen uit Afghanistan en Irak komen. We maken ons vooral zorgen over de levensgevaarlijke omstandigheden waarin die kinderen en jongeren door smokkelaars vervoerd worden: steeds vaker in koel- of tankwagens. Op de parking in Groot-Bijgaarden heeft de politie onlangs nog een kind gered dat bijna gestikt was in een koelwagen. Er moest een ambulance aan te pas komen. Een andere keer hadden smokkelaars een gezin met drie kinderen achter een valse wand in een bestelwagen gepropt, in een ruimte van amper 30 centimeter. Dikwijls zeggen slachtoffers ons achteraf dat ze helemaal niet wilden instappen, maar dat ze gedwongen werden onder bedreiging van een wapen. In één dossier werden slachtoffers geslagen met metalen staven terwijl ze in de koelwagens werden geduwd. ‘Je hebt betaald voor een transport, hier heb je je transport.’ Smokkelaars zien die mensen als wandelende dollarbiljetten. Het kan hen niet schelen of het om volwassenen of baby’s gaat, en of ze dood of levend aankomen: als zij maar betaald worden.”

★★★

Een telefoontap in een Afghaans smokkeldossier uit 2015.
Smokkelaar: ‘Wat doen we met het kind van 2 jaar? Moeten we ook voor hem het volledige bedrag vragen?’
Smokkelleider: ‘Je moet nog extra geld voor hem vragen, omdat het kind te jong is. Dat is de normale gang van zaken. Als het kind huilt, wordt het moeilijker. We kunnen het slaappillen geven.’

★★★

“Sommige bendes specialiseren zich in het smokkelen van minderjarigen”, zegt Stef Janssens, expert mensensmokkel bij het federaal migratiecentrum Myria, en co-auteur van het pas voorgestelde jaarrapport van dat centrum, dat gewijd is aan kindersmokkel en -handel in België. “Hoe jonger smokkelslachtoffers zijn, hoe meer de bendes aan hen verdienen. Omdat de prijzen hoger zijn, en omdat hun kwetsbare positie de kans op succes verhoogt. De politie hoorde in een telefoontap de leider van een Afghaanse bende pochen dat ze in één nacht twaalf minderjarigen hadden gesmokkeld. ‘En áls ze door de politie gepakt worden, hoeven we ons geen zorgen te maken’, zei hij. ‘Die jongeren worden toch vrijgelaten, of naar een opvangcentrum gebracht waar ze gemakkelijk kunnen weglopen.’

“Kinderen betalen 2.700 tot 12.000 euro voor een smokkeltrip. Als ze niet genoeg geld hebben, worden ze verplicht om zich te prostitueren of om te werken voor de bende. Ze moeten heroïne dealen, stelen, de safehouses poetsen of vluchtelingen op parkings vanuit de struiken begeleiden naar de juiste vrachtwagen – de meest risicovolle bezigheid. Als ze dat bijvoorbeeld tien keer gedaan hebben, mogen ze de elfde keer gratis mee.

‘Er zijn ook smok­kel­ben­des die vooral op families mikken. Ook heel winst­ge­vend: de tarieven zijn veel hoger omdat ze als gezin samen moeten blijven tijdens de reis’

“Er zijn ook smokkelbendes die vooral op families mikken. Ook heel winstgevend: de tarieven zijn veel hoger omdat ze als gezin samen moeten blijven tijdens de reis. Het hele gezin wordt dan bijvoorbeeld in een koelwagen gestopt, en peuters en baby’s krijgen hoestsiroop of slaappillen, zodat ze niet beginnen te huilen.”

★★★

Een Afghaanse smokkelaar in een afgeluisterd telefoongesprek in 2015, over een moeder en haar baby. Smokkelaar: ‘Eén van de moeders heeft een baby van drie à vier maanden oud en die huilt en huilt. Zal ik haar baby in het bos weggooien? Ik zal haar zeggen dat ze door een zwarte geneukt kan worden en een andere baby kan krijgen.’

★★★

Cabou kwam op zijn 14de in zijn eentje vanuit Afrika naar het Maximiliaanpark in Brussel. ©Photo News

In 2017 arriveerden ongeveer 33.000 kinderen in de EU, van wie er bijna 20.000 alleen reisden. De meesten, bijna 80 procent, kwamen via de Libiëroute naar Italië, de gevaarlijkste weg. Gemiddeld waren ze vijf maanden onderweg. Een groot deel van hen kwam uit Guinee, Ivoorkust, Gambia, Bangladesh en Nigeria.

Lukowiak: “Veel kinderen komen uit Midden-Afrika, en sinds vorig jaar zijn daardoor veel Afrikaanse smokkelbendes actief in België. Vroeger zagen we die heel zelden, behalve dan in het Nigeriaanse prostitutiecircuit. Het voorbije jaar spoelden via die bendes ook heel veel minderjarigen uit Eritrea en Soedan bij ons aan.”

Een van hen is Cabou, een jongen uit Eritrea, een dictatuur met een van de meest repressieve regimes ter wereld. Cabou was 14 toen hij in januari 2017 in het Maximiliaanpark arriveerde. Uitgeput, hongerig, en met maar één doel: zo snel mogelijk in Engeland geraken. 
“Ik wist zelf niet eens waarom, want ik heb er geen familie of zo. Maar iedereen zei dat je naar Engeland moest, dus dat probeerde ik.”

De tiener had er dan al een reis van negen maanden opzitten. Hij was op zijn 13de in zijn eentje vanuit Soedan vertrokken, zonder dat zijn familie ervan wist. Na een tocht door de woestijn reisde hij via Libië en Italië naar Frankrijk, om uiteindelijk in Brussel te belanden. Cabou is intussen 16, en zijn fijne gezicht en tengere gestalte doen niet meteen vermoeden hoeveel hij al van de wereld heeft gezien. Hij heeft vlot Frans leren praten en wil niet meer naar Engeland. “Ik heb hier asiel aangevraagd en ga nu naar school. Dat is best moeilijk, elke dag 8 uur stilzitten in een bank. Maar het moet, als ik een toekomst wil. Ik zou graag verpleger worden.”

Kende je België toen je hier aankwam?

Cabou: “Ik had al van België gehoord op het nieuws, ik wist dat Brussel de hoofdstad van Europa is. Maar verder interesseerde het me niet. Ik wilde alleen maar zo snel mogelijk in Engeland geraken, desnoods al zwemmend.

“Ik heb het eerst een hele tijd vanuit Parijs geprobeerd. In het Gare du Nord kropen mijn vriend en ik op de treinen naar Londen. Maar er was overal politie en ze controleerden alle treinen met speurhonden. Ik heb het talloze keren geprobeerd, maar ik werd telkens weer van de trein gehaald en naar het Rode Kruis gebracht. Omdat ik minderjarig was, lieten ze me elke keer gaan.

“Ik besefte dat ik nooit met de trein naar Londen zou geraken. De trein naar Brussel nemen was iets makkelijker. Iemand zei dat ik moest afstappen in Brussel Noord.”

Het Maximiliaanpark. ©Photonews

Had iemand je verteld dat je smokkelaars kon ontmoeten in het Brusselse Maximiliaanpark?

“Nee, ik wist niet eens dat er een park was. Wel dat er mogelijkheden waren om naar Engeland te gaan, maar hoe dat moest, zou ik daar wel zien.

“Ik ben maar één nacht in het Maximiliaanpark gebleven. Het was putje winter, en koud. Ik kon alleen maar denken aan eten, slapen en het warm krijgen. Een Egyptenaar toonde me waar ik een slaapzak kon vinden, en een plek om te slapen. De volgende dag sprak een man van het Burgerplatform me aan, een van de vrijwilligers in het Maximiliaanpark die vluchtelingen helpen. Ik mocht bij hem logeren, en ik ben met hem meegegaan. Ik was doodmoe.

“Die man, Younes, heeft me heel erg geholpen. Toen ik kort daarop ziek werd, bracht hij me naar het ziekenhuis, en toen ik beter was, mocht ik opnieuw bij hem logeren. Na een paar weken wilde ik opnieuw proberen om de oversteek naar Engeland te maken. Ik voelde me een vreemde in België, ik sprak ook geen woord Frans, alleen een beetje Engels. Younes heeft toen op me ingepraat om niet te vertrekken. Hij zei dat jongeren in België konden rekenen op bescherming. Uiteindelijk was ik snel overtuigd.”

Je had er een reis van negen maanden opzitten. Dat moet erg zwaar geweest zijn.

“Eerst dacht ik dat de woestijn het ergste was. Die tocht duurde negen dagen. Smokkelbendes zorgden tegen betaling voor vervoer. Het waren goed georganiseerde netwerken, die schatrijk werden van die transporten. We zaten in een terreinwagen met een groepje en deden ook een deel te voet. Op een dag werd de groep vóór ons aangevallen door een gewapende bende van Tsjadische smokkelaars. Ze maaiden bijna iedereen in de groep neer. Enkelen konden ontsnappen en hebben ons gewaarschuwd dat we een andere weg moesten nemen. Het was een verschrikkelijke tocht. Toen we in Libië aankwamen, dacht ik dat het ergste voorbij was. Maar ik vergiste mij.”

Veel jongeren worden in Libië gevangengenomen door bendes die losgeld eisen van de families.

(knikt) “Ik heb ook een hele tijd in de gevangenis gezeten. Het was het ergste dat ik in mijn leven heb gezien. Jong en oud, mannen en vrouwen, iedereen werd samen opgesloten. De bewakers waren heel gemeen. Voor mij zijn zij geen moslims. De islam zegt níét dat je mensen mag folteren, dat je meisjes en jongens mag verkrachten voor je plezier, en dat je hen mag beroven van alles wat ze hebben. Er waren bewakers die een jongen dwongen om zijn vriend te verkrachten. Alleen om zich te amuseren. Sommige jongeren zaten er al een jaar. Af en toe waren er mensen die zich vrijkochten, maar ik had geen geld. 

“Ik ben ontsnapt op een dag waarop er weinig bewakers waren. We hebben één bewaker bewusteloos geslagen met een blok hout, en zijn ervandoor gegaan. Daarna hebben we gehoord dat ze bendes achter ons aan hadden gestuurd. Zolang ik in Libië bleef, zouden ze me blijven zoeken om me te doden. Naar Soedan kon ik ook niet meer terug, want ze wisten dat ik daarvandaan kwam. Ik moest verder naar Italië.”

Veel minderjarigen in het Maximiliaanpark zullen beweren dat ze meerderjarig zijn, omdat ze dan niet opgepakt worden. ©Photo News

★★★

Getuigenis uit 2015 van een 15-jarige Palestijnse jongen uit Syrië, in het Koerdische smokkeldossier ‘Delocation’: ‘De tocht in de woestijn duurde zeven dagen. We waren met twaalf wagens die achter elkaar reden. De begeleiders waren gewapend en hadden ook luchtafweer bij. We zaten met wel vijftig mensen in die pick-up, met een lang touw rond ons opdat we er niet zouden uitvallen. Soms vielen er toch mensen van de truck, en zij werden dan door de smokkelaars gewoon doodgeschoten en begraven in de woestijn. Iedereen zat daar met de schrik op het lijf.

In Libië kwamen we een wegversperring tegen. Iedereen moest uitstappen, en we werden naar een gevangenis in Ar Rajma gebracht. Daar bleven we zes maanden. Ik werd heel vaak mishandeld, gemarteld met elektrische shocks op handen en tanden, en geslagen op mijn hoofd. Sindsdien heb ik onophoudelijke hoofdpijn.’

★★★

‘De verhalen over Libië zijn de wreedste. Ik heb nog geen enkele jongere ontmoet die via Libië naar hier was gekomen en níét ge­trau­ma­ti­seerd was’

Laurence Bruyneel, Caritas International.

“De verhalen over Libië zijn de wreedste”, zegt Laurence Bruyneel, coördinator van een speciaal team van voogden bij Caritas International. Het team probeert minderjarigen in het Maximiliaanpark te informeren over hun rechten in België, over het systeem van voogden voor minderjarigen, en over wat ze kunnen doen als ze hier asiel willen aanvragen. “Ik heb nog geen enkele jongere ontmoet die via Libië naar hier was gekomen en níét getraumatiseerd was.

“We proberen die jongeren te overtuigen dat alles beter is dan in het park te blijven, maar het is heel moeilijk om tot hen door te dringen. Als ze hier arriveren, zijn ze vermoeid, wanhopig en uitgeblust, bijna doorzichtig. Ze zijn ook heel wantrouwig. Ze hebben onderweg zoveel verkeerde informatie gekregen - heel vaak van de smokkelaars - dat ze niet goed weten wie ze kunnen vertrouwen. Ze klagen niet vaak, maar af en toe vertellen ze iets over de afschuwelijke dingen die ze hebben meegemaakt. Veel geweld en oorlog, maar ook verhalen over hekserij, kinderen die uit de familie gestoten worden… Veel van die jongeren hebben psychologische problemen, en die lijken altijd maar heftiger te worden. We hebben ook een paar jongeren gehad die nog met schotwondes rondliepen die ze in Libië hadden opgelopen.

“Ik denk dat veel jongeren die naar Europa willen gewoon aanvaard hebben dat ze onderweg doodsangsten uitstaan, en mishandeld, verkracht en gefolterd worden. We hebben een tijdlang veel meisjes uit Ethiopië gehad die via Jemen naar hier kwamen. Zij hadden geen enkele kans om níét verkracht te worden. Maar ze zeiden er geen woord over. Ze zagen het als deel van het pakket.

“Over de smokkelaars blijven ze altijd vaag. De meeste jongeren zeggen dat ze gewerkt hebben om hun reis te betalen. Maar dan weet je dat ze dat geld aan een smokkelbende hebben gegeven. Want zonder hulp geraken ze hier niet, dat weten smokkelaars heel goed.”

★★★

Telefoongesprek tussen twee smokkelaars in een Afghaans dossier uit 2012:

Smokkelorganisator: ‘Waar zijn ze?’
Smokkelaar: ‘In het park.’
Smokkelorganisator: ‘Hoe zien ze eruit? Zijn ze klein of groot?’
Smokkelaar: ‘Twee zijn jong, de twee andere zijn gemiddeld.’
Smokkelorganisator: ‘Heb je gezegd dat ze moeten betalen?’
Smokkelaar: ‘Ja, maar alleen de twee jonge hebben geld, de twee andere niet.’
Smokkelorganisator: ‘Hoezo, die twee hebben geen geld?’
Smokkelaar: ‘Ze zeggen dat ze alles uitgegeven hebben. Ik heb hen geantwoord: als jullie van Griekenland tot hier 5.000 willen geven, dan moeten jullie ook hier kosten maken en een ticket kopen.’
Smokkelorganisator: ‘Zet er eentje tussen die geneukt mag worden. Hoe oud zijn die twee jonge?’
Smokkelaar: ‘Even oud als neef Bilal.’
Smokkelorganisator: ‘Mogen die geneukt worden of niet?’
Smokkelaar: ‘Ze zijn matig.’

★★★

Hoeveel niet-begeleide minderjarigen zoals Cabou zijn er vorig jaar in België aangekomen?

Lukowiak: “Dat weten we niet. We weten alleen hoeveel kinderen er aangemeld worden bij de Dienst Voogdij: in 2016 waren er dat 2.923, in 2017 waren het er 3.116. Van januari tot augustus van dit jaar zijn het er al 4.645. Vooral de jongste drie maanden zien we een verhoging. En dan is er nog een onbekend aantal kinderen dat nooit wordt aangemeld. In het Maximiliaanpark zullen veel minderjarigen beweren dat ze meerderjarig zijn.”

Waarom?

“Omdat ze dan niet opgepakt worden. Veel van die jongeren weten trouwens zelf niet hoe oud ze precies zijn. We zien wel dat er steeds meer jongere kinderen bij zijn. Zestig procent van de bij de Dienst Voogdij aangemelde jongeren is tussen de 16 en de 18 jaar, maar een derde van die kinderen is amper 11 tot 15 jaar.”

Kinderen van 11 die op eigen houtje van het midden van Afrika naar hier reizen?

Magistraat Ann Lukowiak. ©Photo News

“Die zijn er zeker, hoewel de meesten toch iets ouder zijn. De familie in het land van oorsprong kiest dikwijls de sterkste of de gezondste van de kinderen en zegt: ‘Jij moet vooruit reizen en in Engeland geraken. Jij moet zorgen voor een betere toekomst voor jezelf, en daarna ook voor ons, want wij komen je achterna.’ Zo’n kind heeft een zware plicht tegenover zijn familie: ‘Ik móét daar geraken.’ En dan gaat die jongen of dat meisje alleen op pad, door de woestijn, door de bergen. Onderweg vallen ze in handen van criminele bendes en worden ze uitgebuit. Heb je honger? Wil je eten? Dan moet je eerst dit of dat doen. Verkrachtingen zijn bijna onvermijdelijk, ook voor jongens. De boottocht is ook heel angstaanjagend, want de meesten hebben nog nooit zoveel water gezien en kunnen niet zwemmen. Voor een zwemvest vragen smokkelaars tot 1.000 euro, dus de meeste kinderen stappen zonder vest op de boot. Maar ze móéten verder, want de toekomst van de hele familie rust op hun schouders.

“Vooral Afrikaanse jongeren worden door hun familie naar Europa gestuurd. Bij de Afghanen, Irakezen en Iranezen zitten veel kinderen die geen familie meer hebben. Velen van hen komen naar Europa omdat ze nog altijd denken dat het een paradijs is. Transmigranten houden die mythe ook zelf in stand. Ze gaan voor een willekeurige auto of voor een huis staan en sturen de foto naar hun familie: ‘Kijk, hier woon ik en dit is mijn auto.’ Dat zegt veel over de schaamte die ze voelen omdat ze er niet geraken. Zolang zulke verhalen blijven doorsijpelen, zullen mensen de tocht naar hier wagen.”

Sturen families ook meisjes uit?

“Dat gebeurt, maar veel minder dan jongens, omdat meisjes dikwijls niet tot hier geraken. Aan de buitengrenzen van Europa telt Frontex er meer. Maar ook dat zijn geen zekere cijfers, want hoeveel zijn er onderweg niet in de woestijn gestorven, of in zee verdronken?

‘In Oostenrijk hebben ze onlangs enkele jongeren ontdekt die een nier kwijt waren’

“Ik vraag me vaak af hoe het op termijn met die kinderen zal aflopen. Met welke trauma’s zijn ze opgezadeld? Met hoeveel zijn ze? Hoeveel zijn er onderweg vermoord, ontvoerd, verkocht als slaaf of gewoon verdwenen? We weten nog zo weinig over hen. Ik denk dat die verhalen de komende vier, vijf jaar wel naar buiten zullen komen, als de mensen die België bereikt hebben, beginnen te praten, of als ze naar verdwenen familieleden op zoek gaan.

“Onze grootste vrees is dat de jongeren die hier aankomen een stuk van hun lichaam missen, of een orgaan. In Oostenrijk hebben ze onlangs enkele jongeren ontdekt die een nier kwijt waren. In België hebben we nog geen slachtoffers van orgaanhandel gevonden, maar dat wil niet zeggen dat het onderweg niet gebeurt. Als de politie transmigranten aantreft, proberen ze hen te identificeren, maar gaan ze hen niet uitkleden om te zien of ze recent nog geopereerd werden. Eigenlijk zouden ze dat misschien beter wel doen.”

Kun je voor je smokkeltrip betalen met een nier?

“ Of met een oog, voor de lens. Het kan ook ongevraagd gebeuren. De smokkelaars kunnen een slachtoffer uit de groep plukken dat er jong en gezond uitziet, en hem of haar dan verdoven en laten opereren. In België zou dat niet kunnen omdat de controles hier te strikt zijn, maar onderweg wel. Ik denk dat we ook daar pas binnen een paar jaar meer over zullen weten.”

Waarom willen zo weinig jongeren met de politie praten over de smokkelaars?

“ Uit loyauteit. Tijdens de zware tocht naar Europa worden die kinderen heel afhankelijk van de smokkelaar – die ze meestal ‘oom’ noemen. Ze moeten duizenden kilometers afleggen, door de bergen, de woestijn, over zee. Zo’n kind van 13, 14 jaar kan dat niet alleen. Hij heeft honger en kou, hij ziet hoe kinderen die niet kunnen volgen, achtergelaten worden, en dan is er één man vriendelijk tegen hem: de smokkelaar die hem soms wat te eten geeft en hem de weg wijst. Dat kind is die man heel dankbaar. Hij gaat de smokkelaar niet verraden, ondanks het feit dat die hem uitgebuit, geslagen en verkracht heeft. Ook de lange duur van het traject speelt mee: de meeste kinderen zijn langer dan vijf maanden onderweg, weg van de familie, met alleen maar vreemden om zich heen. Dat laat sporen na.”

Niet-begeleide minderjarigen lopen ook vaak weg uit de jeugdinstellingen waar ze zijn geplaatst.

‘Dat kind is die man heel dankbaar. Hij gaat de smokkelaar niet verraden, ondanks het feit dat die hem uitgebuit, geslagen en verkracht heeft’

Janssens: “Heel frustrerend is dat, voor iedereen die erbij betrokken is. Ze worden in een opvangcentrum geplaatst om hen te beschermen, maar zodra ze de kans zien, lopen ze weg en zoeken ze meteen contact met de smokkelaars om opnieuw een smokkelpoging te wagen. Een paar dagen later vindt de politie diezelfde jongere opnieuw in een vrachtwagen, wordt hij weer naar het opvangcentrum gebracht, waar hij vervolgens weer gaat lopen. Soms wordt het een echte carrousel. Vorig jaar heeft de politie een 16-jarige Syrische jongen maar liefst veertien keer onderschept tijdens een smokkelactie. In Zeebrugge haalden ze een 11-jarige Afghaanse jongen uit een afgesloten koelwagen. Hij was weggelopen uit het opvangcentrum en werd door zijn voogd teruggebracht. Twee dagen later was hij opnieuw uit het centrum verdwenen.”

Wat kun je daaraan doen?

“Als de politie een groep transmigranten oppakt, is het belangrijk om meteen een stukje vertrouwen bij die jongeren te wekken – door hen bijvoorbeeld uit te leggen wat hun rechten hier zijn. Daarvoor zouden er naast agenten ook tolken en maatschappelijk werkers bij smokkelcontroles moeten zijn. Maar die samenwerking met de politie is er haast nooit. Acties gebeuren meestal ‘s nachts, en vaak worden de minderjarigen - net als de volwassenen - opgesloten in een politiecel. Dan zijn ze de ochtend nadien niet meer geneigd om nog met de officiële instanties te praten. En dus belanden die jongeren weer op straat. Vorig jaar zijn welgeteld vier minderjarige transmigranten in het smokkelstatuut gestapt, waardoor ze verblijfspapieren kregen in ruil voor hun medewerking aan het onderzoek.”

“Eigenlijk zou men de politieacties helemaal anders moeten organiseren, zodat smokkelslachtoffers meer geneigd zijn om met de politie samen te werken. Zij zijn tenslotte de belangrijkste informatiebron over smokkelbendes. In een recent onderzoek heeft de politie heel veel gehad aan een smokkelslachtoffer dat onderweg elke wegwijzer gefotografeerd had. Zo konden ze de hele route reconstrueren.”

★★★

15-jarige Palestijnse jongen uit Syrië in het Koerdische smokkeldossier ‘Delocation’, 2015: ‘Had ik het allemaal op voorhand geweten, ik was nooit aan de tocht begonnen. Mijn moeder heeft al haar juwelen verkocht om mij een toekomst te kunnen geven in het Verenigd Koninkrijk.’

★★★

Wat gebeurde er nadat je uit de gevangenis in Libië ontsnapte, Cabou?

“Aan de kust ben ik in een van de boten gestapt die naar Italië voeren. Er zaten 62 mensen in. Ik had geen geld, maar ik heb geluk gehad. Er was die dag geen chef, en de man die de boot bestuurde, liet me erop voor 400 euro – een spotprijs – en stak het geld in eigen zak. Een vriend leende me het geld.

“Het was al november, en de Middellandse Zee is dan heel wild en gevaarlijk. We zijn verloren gevaren. We kwamen op een plek waar de zee vol plastic lag. Torenhoge, kolkende golven en snoeiharde wind. Het schip was stuurloos en de stroming deed ons in eindeloze kringetjes varen, we raakten niet uit die draaimolen. Van middernacht tot ‘s anderendaags zwalpten we zo rond. Ik dacht dat we allemaal doodgingen. Iemand op de boot had een sateliettelefoon en belde om hulp. Plots verscheen een helikopter boven onze hoofden. We waren gered. Niemand van onze boot is gestorven.

“Op 12 november 2017 kwam ik aan in Sicilië. Van daar ben ik door Italië naar Parijs gereisd, en daarna naar Brussel. De vriend met wie ik in Parijs op de treinen probeerde te klauteren, is wel in Engeland geraakt. Ik hoor hem af en toe, niet zo vaak. Maar ik heb geen spijt dat ik in België gebleven ben.”

Waarom denk je dat zoveel jongeren blijven vasthouden aan het idee om naar Engeland te gaan?

“Ze denken dat het daar gemakkelijker is om aan papieren te geraken, en om de taal te begrijpen. Ik heb zelf geprobeerd andere jongeren te overtuigen om hier te blijven. Met heel rationele argumenten. ‘Je kunt hier ook proberen een leven op te bouwen. Je kunt hier naar school gaan, de taal leren, in een opvangcentrum blijven, en nadien in een appartementje…’ Maar de meeste jongeren willen niet meer naar school. Ze willen werken, en in Engeland vind je heel gemakkelijk werk, meestal in het zwart. Ik heb in België ook werk gezocht, maar dat is heel moeilijk.”

Hoe zou je leven eruitzien als je niet naar Europa was gekomen?

“Ik denk dat ik dan in de autohandel was gegaan in Soedan. Soms heb ik spijt dat ik naar Europa ben gekomen. Zelfs al woon ik hier nu in een appartement, heb ik genoeg te eten, ga ik naar school… Het was heel, heel zwaar. En ik mis mijn familie in Eritrea. Alles wat je voordien gekend hebt, is weg. Je moet herbeginnen van nul. Veranderen van taal, van cultuur, weg van iedereen die je kent...

“Ik ben al sinds mijn 10de weg van mijn familie. Ik was de jongste van negen kinderen. Mijn twee oudere broers waren uit Eritrea gevlucht om te ontsnappen aan de militaire dienstplicht, die er tot tien jaar kan duren. De militairen kwamen hen bij ons thuis zoeken. Als mijn vader niet vertelde waar mijn broers waren, zouden ze mij meenemen. Mijn ouders hebben me toen naar Soedan gestuurd, waar ik enkele jaren in een restaurant heb gewerkt, voor kost en inwoon. Toen ik vertrok, heb ik niks aan mijn familie verteld. Ik ben al heel lang onderweg. Ik was veel liever thuis gebleven.”

Bruyneel: “Veel jongeren denken dat ze rust zullen vinden eens ze in België arriveren. Dat de helletocht achter de rug is, en dat alles goed komt. Dat is natuurlijk niet zo. Ze moeten eten vinden en een slaapplaats, ze moeten zich aanmelden bij de Dienst Vreemdelingenzaken, ze moeten honderd keer hun verhaal vertellen, en het gevecht blijft duren...

“Wij proberen een brug te slaan tussen die kwetsbare jongeren en de overheid, want aan beide kanten is het wantrouwen groot. We leggen hen uit waar ze recht op hebben, zonder valse beloftes te maken en zonder een standpunt in te nemen. We vertellen hen waarom het misschien niet nodig is om naar Engeland te gaan. Als ze toch hun gevaarlijke reis willen verderzetten, vertellen we hen over de risico’s daarvan. Ze moeten tenslotte een beslissing nemen die de rest van hun leven zal bepalen.

“We willen dat iedere jongere een naam krijgt, en een gezicht. Zolang zo’n jongere geen identiteit heeft, is het alsof hij niet bestaat, en dan doen mensen met slechte bedoelingen met hen wat ze willen.”

Wat doen de jongeren in het Maximiliaanpark de hele dag?

“Veel slapen. Ze blijven ook niet altijd in het park. Ze gaan vaak schuilen in kraakpanden in de buurt.”

Weten jullie iets over de jongerenbendes die rond het park hangen en ronselen voor de drughandel of de prostitutie?

“Wij horen er verhalen over, en ik kan me voorstellen dat drugsbendes zo’n minderjarige handig vinden om als koerier te gebruiken. Er gebeurt ongetwijfeld van alles, maar er is weinig controle in het park, en de jongeren zelf komen het niet vertellen. Soms zijn er vechtpartijen waar niemand tussenkomt, of opstootjes bij voedselbedelingen, als er niet genoeg is voor iedereen. Dat er veel politie patrouilleert, zorgt ook voor onrust, en er zijn spanningen met het stadspersoneel dat elke morgen de rotzooi in het park moet opruimen. Dekens en bezittingen van vluchtelingen worden meegenomen, want men wil absoluut vermijden dat het een jungle wordt zoals in 2015.

Het Maximiliaanpark. ©Photonews

“Rond het Noordstation en in het Maximiliaanpark spelen heel veel belangen. De smokkelaars willen de mensen graag bij elkaar, om hun klanten te ronselen. De vluchtelingen willen zich verenigen en zoeken landgenoten op in het park. Het stadsbestuur wil het park schoon houden en wil zo min mogelijk overlast. Er zijn de politici, er is de Dienst Vreemdelingenzaken en natuurlijk ook de politie… Dat park is nu al jaren het toneel van dezelfde taferelen, en niemand heeft een oplossing.”

Wat gebeurt er met minderjarigen die toch in Engeland geraken? Gaan zij een rooskleurige toekomst tegemoet?

Janssens: “Volgens een Unicef-studie worden veel van die jongeren er economisch uitgebuit. Slachtoffers uit Vietnam en Eritrea komen er in de huishoudhulp terecht, Vietnamezen ook in naaiateliers en op cannabisboerderijen. Albanese jongeren komen dan weer in de landbouw terecht, en Afghaanse en Iraakse kinderen proberen hun schulden af te betalen met werk in kebabzaken, carwashes en kapsalons. Het paradijs is voor hen nog ver weg.”

Minderjarig in hoogste nood, jaarrapport 2018 van Myria, myria.be

Copyright Humo