Vind je katten leuker als je toxoplasmose hebt?

Beter/leven

Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: Vind je katten leuker als je toxoplasmose hebt?
©Daantje Bons

U weet het waarschijnlijk niet, maar de kans is aanzienlijk dat u besmet bent met Toxoplasma gondii. Deze parasiet is ongemerkt uw lichaam binnengedrongen en heeft u geïnfecteerd met toxoplasmose, ook wel de 'kattenziekte' genoemd. U weet het niet, omdat toxoplasmose vrijwel ongevaarlijk is. Zo'n 40 procent van de Nederlanders is ermee besmet, na in aanraking te zijn gekomen met kattenuitwerpselen of na het eten van rood vlees van besmette dieren. Alleen bij zwangere vrouwen of ernstig zieken brengt een acute infectie grote risico's met zich mee. Voor anderen verheffen de symptomen zich nauwelijks boven een alledaags griepje.

Er is een theorie dat mensen onder invloed van de toxo­plas­mo­se-pa­ra­siet sneller geneigd zijn tot het nemen van een kat

Hoewel: er is een theorie dat mensen onder invloed van de toxoplasmose-parasiet sneller geneigd zijn tot het nemen van een kat. Toxoplasma gondii kan zich alleen in katachtigen voortplanten. Door gastheren meer fan te maken van katten, vergroot de parasiet de kans om weer in een kat terecht te komen.

De Tsjechische bioloog Jaroslav Flegr doet aan de Karelsuniversiteit Praag al jaren onderzoek naar de invloed van toxoplasmose op menselijk gedrag. 'We vinden keer op keer invloeden op aspecten van menselijk gedrag', aldus Flegr over de telefoon. Zo zouden geïnfecteerden een grotere kans lopen op schizofrenie, minder extravert zijn en over langere reactietijden beschikken. Deze effecten zijn klein en op individueel niveau haast verwaarloosbaar, maar in meerdere onderzoeken bevestigd.

Wat deze vreemde bevindingen ge­loof­waar­di­ger maakt, is dat onderzoek bij dieren eenzelfde patroon laat zien

En ja: toxoplasmose lijkt op subtiele wijze de voorkeur voor katten te versterken. 'We hebben bijvoorbeeld proefpersonen urinemonsters van dieren laten ruiken', zegt Flegr. 'Mannelijke proefpersonen met toxoplasmose vonden de kattenurine significant minder stinken dan de controlegroep.' In een ander experiment vroeg hij mensen een voorkeur uit te spreken voor welk dier ze in een fictief volgend leven zouden willen zijn. De toxoplasmose-groep noemde veel vaker een kat.

Wat deze vreemde bevindingen geloofwaardiger maakt, is dat onderzoek bij dieren eenzelfde patroon laat zien. Zo is van ratten die zijn geïnfecteerd met toxoplasmose bekend dat ze hun natuurlijke angst voor katten grotendeels verliezen. Dat maakt ze een makkelijkere prooi voor katten - gunstig voor Toxoplasma gondii. Ook chimpansees met toxoplasmose blijken uit onderzoek minder bang voor hun natuurlijke katachtige vijand, het luipaard.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Flegrs onderzoeken zijn spraak­ma­kend en spec­ta­cu­lair, maar ze zijn ook onvoldoende onderbouwd met we­ten­schap­pe­lijk bewijs

Psychologe Lot de Witte

Maar nemen we door toxoplasmose eerder een kat? Moeilijk te zeggen, legt Flegr uit. 'Wie een kat heeft, loopt een hogere kans op infectie. Oorzaak en gevolg zijn dus lastig uit elkaar te halen.'

Deze oorzaak-gevolgkwestie is een van de redenen dat wetenschappers twijfelen aan het effect van toxoplasmose op de menselijke psyche. Zo hoeft het verband tussen toxoplasmose en schizofrenie niet te betekenen dat de infectie ons psychisch beïnvloedt: het is evengoed mogelijk dat schizofreniepatiënten een grotere kans lopen op besmetting. In eigen onderzoek konden psychologe Lot de Witte en haar collega's van de Universiteit Utrecht de relatie tussen toxoplasmose en schizofrenie niet repliceren.

De Witte, tegenwoordig werkzaam aan het Mount Sinai ziekenhuis in New York, is sceptisch over Flegrs werk. 'Zijn onderzoeken zijn spraakmakend en spectaculair', mailt ze. 'Maar ze zijn ook onvoldoende onderbouwd met wetenschappelijk bewijs. Er wordt in de onderzoeken vooral gebruik gemaakt van kleine onderzoeksgroepen of internetvragenlijsten, waarbij niet zeker is of de respondenten wel of geen toxoplasmose hebben.' Ook neurowetenschapper Cyriel Pennartz van de Universiteit van Amsterdam heeft zijn twijfels. 'Het is een gedurfde hypothese, maar wel een die verder moet worden onderzocht. Er is nog geen onderzoek dat aantoont dat mensen met toxoplasma katten meer gaan benaderen, of warmere gevoelens voor hen gaan koesteren. En die minder afkerige reactie naar kattenurine zou best een bijverschijnsel van toxoplasmose kunnen zijn, zonder dat het een aantoonbare evolutionaire functie heeft voor de parasiet.'

Heeft u ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar beterleven@volkskrant.nl

Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen.